De levensloop van het vak Biografiek

by | okt 7, 2026 | Algemeen

Het allereerste, voorzichtige ontstaan van biografiek vindt plaats rond 1900, in de tijd dat er in de maatschappij veel nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden, vooral op technologisch en cultureel gebied. Er heerst een sterk vooruitgangsgeloof en Wenen is hierin een belangrijk centrum.

Freud, Jung en Adler als stamvaders van de psychologie, alle drie opgeleid als arts (psychiater), werken aan het ontwikkelen van nieuwe inzichten over de menselijke ziel. Deze veranderingen vinden dus in eerste instantie plaats vanuit een stroom waarin de ‘medische blik ’ sterk vertegenwoordigd is.

Freud ontwikkelt de psychoanalyse vanuit onder meer de begrippen Traumdeutung, Libido, Eros en Thanathos. Hij legt sterk de nadruk op de vroegkinderlijke ontwikkeling en daarmee het belang van het verleden.

Jung is de man van de analytische psychologie. Hij gaat uit van een collectief onbewuste dimensie waarmee het individu in de hier en nu situatie via de wereld van symbolen en archetypen verbonden is.

Volgens Adler tenslotte, kent de mens op een onbewust niveau doel en bestemming van het leven; hij richt zich dus sterk op de toekomst. Begrippen als levensplan, geldingsdrang en gemeenschapsstreven vormende basis van zijn ‘Individual-psychologie’.

Naast deze drie psychiaters is er in die tijd ook toenemend sprake van een theologisch/filosofische stroom, waarin onder andere Martin Buber zijn inzichten publiceert over Ich – und – Du en later Viktor Frankl zijn logotherapie ontwikkelt. Ook Wittgenstein is als filosoof in zekere zin in deze stroom onder te brengen.

In 1909, heeft Rudolf Steiner zijn geesteswetenschappelijk onderzoek naar de ontwikkeling van de wereld en de mensheid tot een voorlopige afronding gebracht in zijn boek ‘De wetenschap van de geheimen der ziel’, dat een jaar later, in 1910 verschijnt. Tegelijk met zijn Christologie ontwikkelt hij de Antroposofie in engere zin als ‘Wijsheid betreffende de mens’ en onderzoekt hij het menselijk organisme naar lichaam, ziel en geest.

Aan het eind van zijn leven kan hij in 1924 zijn karmabegrip uitwerken zoals wij dat kennen uit de karmabanden van de Gesammt-Ausgabe (GA). Hij brengt daarin de niet direct zichtbare kant van de levensloop in beeld en maakt de werkelijkheid van meerdere aardelevens ook voor het denken van de westerse mens toegankelijk.

In 1933 verschijnt van een naar de VS uitgeweken leerlinge van Adler: Charlotte Bühler (1893 -1974), ‘Der Lebenslauf als psychologisches Problem’. Dit boek is te zien als een voorbode van de biografiek, misschien kun je zeggen dat hier de conceptie van biografisch werk plaatsvindt.

Door de opkomst van Hitlers nationaalsocialisme en de toenemende oorlogsdreiging krijgt deze gebeurtenis weinig aandacht. Vanzelfsprekend is er in de tweede wereldoorlog weinig belangstelling voor reflectie en bezinning op de levensloop en ook in de naoorlogse jaren van wederopbouw heeft dit voor de meeste mensen geen prioriteit. Het duurt tot halverwege de jaren zeventig voordat hiervoor weer meer ruimte komt. In de tussenliggende jaren is biografiek nagenoeg ‘ondergronds’ gebleven.

Vanuit de denkwerelden van de grondleggers Freud, Jung en Adler is een heel spoor af te lezen van waaruit zich de hoofdstroom van de psychologie zich heeft ontwikkeld, zoals in het behaviorisme en de humanistische psychologie van Skinner, Rogers, Fromm, Eriksson, Maslow en vele anderen. In onze tijd zien we dat naast onder meer Gestalt, cognitieve gedragstherapie, psychosynthese, NLP, systemisch werk en mindfulness, de narratieve psychologie (‘de mens is zijn verhaal’) zich ontwikkelt.

Algemeen, zowel in Nederland als internationaal, wordt Bernard Lievegoed gezien als grondlegger van het biografisch werk. Als antroposofisch arts en later psychiater is hij vertrouwd met de menskunde zoals die door Rudolf Steiner is ontwikkeld. Binnen de medische sectie van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap aan het Goetheanum in Dornach, Zwitserland, werkt hij aan het verder toegankelijk maken van het antroposofisch mensbeeld en de wetmatigheden in de menselijke ontwikkeling.

In 1976 verschijnt Bernard Lievegoed’s boek ‘De levensloop van de mens’, en dat wordt in brede kring zeer positief ontvangen. Ook nu nog, 50 jaar later, is het lezenswaardig boek, zij het dat het hoofdstuk over de vrouwelijke biografie inmiddels volstrekt gedateerd is.

Zijn niet veel later geschreven ‘Mens op de drempel’ is te zien als een vervolg op en een verdieping van het thema.

De Duits-Braziliaanse arts Gudrun Burkhard wordt op dit gebied al spoedig mede-pionier en met haar boek ‘Het leven in de hand nemen’ maakt zij vele jaren later vooral school in Brazilië en Midden-Europa.

In hetzelfde jaar schrijft Gail Sheehy het boek ’Passages’, in de Nederlandse vertaling ‘Wie niet’). Het is zeer goed leesbaar omdat de stijl zowel iets heeft van fictie als van non-fictie, het kijkt ‘gewoon’ naar biografische fenomenen en wetmatigheden. Gail Sheehy bereikt wereldwijd een zeer groot publiek.

De ontwikkelingen binnen de Humanistiek zijn sindsdien snel gegaan. Er is een grote wetenschappelijke belangstelling voor het levensverhaal, al wijst het Humanisme de aanname van het bestaan van een geestelijke wereld af als zijnde een ‘geloof’.

Vooral op het gebied van loopbaan-coaching wordt veel gewerkt vanuit het levensverhaal. Met name Adriaan Hoogendijk en Eva de Waard, schrijfster van ‘De veldheer en de danseres’, leveren belangrijke bijdragen.

Biografisch werk op basis van de Antroposofie gaat uit van de mens als geestelijk wezen en de ontwikkeling van mens en aarde wordt geplaatst in een omvattend perspectief van meerdere aardelevens (karma en reïncarnatie) en de geestelijke wereld als realiteit. De ontwikkelingen van de laatste dertig jaar worden hieronder beschreven.

Ontwikkeling van de Biografiek in Nederland

Na zijn werk als heilpedagogisch arts en oprichter van de Zonnehuizen in Zeist, heeft Bernard Lievegoed zijn ervaring als studentenpsychiater in Rotterdam omgezet in zijn initiatief van de Vrije Hogeschool. Op deze plek heeft het biografiewerk zich langs verschillende sporen kunnen  ontwikkelen. Inhoudelijk wordt de ontwikkeling van het vak opgepakt wordt door mensen als Rinke Visser, Don Dugger, Josien de Vries en Lili Chavannes. Dit werk mondt uiteindelijk in 1996 uit in het Instituut voor Biografiek met een vierjarige opleiding tot biografisch consulent, sinds 2025 in een modulair systeem; de opleiding tot biografisch coach).

Nadat Marijke Steenbruggen een aantal jaren de leiding over het Instituut voor Biografiek heeft gehad is dit werk in 2011 door Vera G. Klein voortgezet waarbij het programma telkens is aangevuld en verbeterd vanuit de meest recente gezichtspunten en naar de eisen van de tijd.

Naast het Instituut voor Biografiek verschijnen  er meerdere initiatieven: o.a. van Jan Saal die later zijn initiatiefkunde onderbrengt binnen Moira, het biografie-practicum van Ingrid Busink met een sterke nadruk op gemeenschapsvorming.

De meer op agogische en organisatieontwikkeling gerichte biografische stroom wordt vooral zichtbaar via het door Lievegoed opgerichte Nederlands Pedagogisch Instituut (NPI). In deze stroom is het werk te plaatsen van Coenraad van Houten (‘Leren van het Levenslot’, gebaseerd op het leren van volwassenen), Jos van de Brug en Cees Locher (‘Ondernemen in de Levensloop’), Jerry Schöttlndreier (‘Levenslijnen’). Ook valt te noemen het werk van Lex Bos, de grondlegger van de ‘Dynamische Oordeelsvorming’, en verder ontwikkeld in de Stichting Dialoog.

Gabriel Prinsenberg werkt  met name in het groepsdynamische en later samen met Olga Bohnsack ook het kunstzinnige aspect van biografisch werk uit. Hij heeft meerdere boeken over ontwikkelingen in de levensloop gepubliceerd en voert al jarenlang de redactie van de periodiek BioGraphein.

De kunstzinnig therapeutische benadering van biografisch werk krijgt in die tijd ook aandacht in het opleidingsinstituut de Wervel (later opgegaan in de Leidse Hogeschool). En belangrijk biografisch pionierswerk wordt ook verricht in de (antroposofische) kliniek voor verslavingszorg Arta, die later deel uitmaakt van de Lievegoed Zorggroep. In deze instelling heeft biografisch werk een vaste plek verworven in de therapeutische aanpak.

Ook in Leiden krijgt deze meer kunstzinnig-biografische impuls vorm in de Zonneboom door Ger v.d. Pas en Jan de Laat. Christine Gruwez levert op diezelfde plek in de Academie voor Sociale Kunst belangrijke bijdragen.

Dineke Vis combineert in haar centrum ‘Wonderwel’ kunstzinnig werken met een biografie-practicum, dat zij samen met Jerry Schötteldreier ontwikkelt.

Vanuit de medisch-menskundige kant heeft Ate Koopmans het biografiewerk een impuls gegeven door zijn werkplaatsen voor Praktische Menskunde. In samenwerking met Lili Chavannes en Paul Wormer is er een basis gelegd voor karmawerk, de nachtkant van de biografie.

Jaap van de Weg werkt als arts ook vanuit de medische invalshoek aan biografische menskunde waarin het zelf waarnemen van lotsgebeurtenissen, het herkennen van karmische samenhangen en de wetmatigheden in de menselijke constitutie en wezensdelen centraal staan.

Manfred van Doorn hanteert een invalshoek waarbij persoonlijk leiderschap en organisatieontwikkeling centraal staan.

Organisatie en professionalisering in Nederland

In 2006 wordt de beroepsorganisatie voor Biografiewerk BOB opgericht door Vera G. Klein, Jacques Meulman en Femke Kooijman, met het doel de herkenbaarheid van het biografisch werk te bevorderen. D.m.v. registratie, certificering en het organiseren van intervisie en nascholing wordt gestreefd naar een verdere professionalisering en een steviger verankering van het vak in de samenleving, ook in economisch opzicht.

Inmiddels kent de beroepsorganisatie ruim 80 praktiserende leden, zowel voor biografisch coach, ouderschapscoach en autobiografisch schrijfcoach. Zie www.biografischcoaches.nl

Internationaal

Over de hele wereld zijn inmiddels ruim 35 geregistreerde opleidingen voor biografiewerk. (En wellicht nog veel meer initiatieven die niet bij het ITF geregistreerd zijn, zie hieronder) Ieder land en iedere opleiding heeft zijn eigen kleur en speerpunten: meer gericht op de gemeenschap, of juist het kunstzinnige, meer therapeutisch, juist individueel gericht of juist gericht op het werken in groepen. Deze opleidingen initiëren ook weer workshops in diverse andere landen, er is een wereldwijde uitwisseling van inhoud en werkvormen.

Sinds 2003 is er jaarlijks een bijeenkomst van het ‘International Trainersforum’ (ITF) dat zich bezighoudt met onderlinge afstemming, deskundigheidsbevordering, methodiek en standaarden-ontwikkeling en certificering van biografische opleidingen en trainingen wereldwijd. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de Freie Hochschule für Geisteswissenschaft aan het Goetheanum in Dornach. www.internationaltrainersforum.com

De tweejaarlijkse Worldwide Biography Conference vormt sinds de jaren negentig een belangrijk platform voor ontmoeting, deskundigheidsbevordering en uitwisseling. Zie ook www.wbs2026.es

Het overige landschap

Al langere tijd is er sprake van een stormachtige groei op het gebied van begeleiding bij levensvragen en zingeving. Psychologie, psychotherapie en organisatieontwikkeling zijn volop en langs allerlei wegen in ontwikkeling, zowel regulier als alternatief. Cognitieve gedragstherapie, Psychosynthese, NLP, Systemisch werk (Hellinger), EMDR, Mindfulness en de narratieve psychologie bieden interessante aanknopingspunten met biografisch werk en het lijkt niet meer dan logisch dat biografen op de hoogte zijn van wat geschreven wordt door Tolle, Jaworski, Senge, Gruwez, Scharmer, Glasl, Covey en vele, vele anderen. De presentietheorie van Andries Baart, de Past Reality Integration (PRI) van Ingeborg Bos, de levensboeken van Bolmeijer, de Salutogenese van Antonovsky en het werk van Hans Korteweg, o.m. bekend van zijn boekje ‘Nog vele jaren’ en het ITIP. Om maar een paar ontwikkelingen te noemen. De Universiteit voor Humanistiek en de Vrije Hogeschool vormen naast het Instituut voor Biografiek belangrijke speerpunten in de ontwikkeling van biografisch werk.

Kortom: life-long learning, niet alleen door scholing op cognitief gebied, maar juist ook door meditatieve verdieping en het verzorgen van een rijk innerlijk leven, zijn en blijven noodzakelijke ingrediënten wanneer we als biografisch werker dienstbaar willen zijn aan onze medemensen, de ontwikkeling van de aarde en het wezen ‘Biografia’. Artikel op basis van een inleiding ‘GESCHIEDENIS VAN DE BIOGRAFIEK’, gehouden door Leo Beth op  29 maart 2009 en in 2026 bijgewerkt.

Korte agenda

Geen evenementen gevonden!
Meer laden

Overige blog artikelen

Zomertijd: rugzak op, werk even los

Zomertijd: rugzak op, werk even los

Er komt een moment in het jaar waarop de dagen langer worden, de agenda misschien iets leger, en het leven vanzelf lijkt te vragen: mag het ook even anders? De zomer nodigt uit om afstand te nemen. Niet alleen van je bureau, je mailbox of de stapel taken die altijd weer aangroeit. Maar ook van de vanzelfsprekendheid waarmee je doet wat je doet....

read more
Merlijn Rutten over de Biografische Blauwdruk

Merlijn Rutten over de Biografische Blauwdruk

Pas een kleine twee jaar geleden maakte ik tijdens een studie kennis met biografiek. Voor de geïnteresseerde lezer, ik was toen 40 jaar. Het kwam in een tijd waarin veel in mijn leven tot stilstand was gekomen en ik de rust had gevonden even te leunen in die stilte. Ik ervoer terug te moeten naar een kern om te bepalen wat de richting van mijn...

read more
Tussenruimte

Tussenruimte

Er zijn nogal wat soorten tussenruimte! In het dagelijkse leven rustmomenten inbouwen is daar één van. Niet doorhollen maar even stilstaan, een pauze nemen, of een powernap. Om fris en helder de volgende taak weer aan te gaan. Overal zie je hoe belangrijk tussenruimte is om iets zichtbaar te maken, je ziet het in de beeldende kunst, elke...

read more